Suikerziekte (Diabetes Mellitus)

Als er sprake is van veel drinken en veel plassen, snel vermageren ondanks goede eetlust, flauwte van de achterhand, wegvallen, erg snel vergrijzing van de lens krijgen of plakkerige urine,

Dan zijn we alert op suikerziekte.

Meestal beginnen we met een urine onderzoek.
Als er glucose in de urine aanwezig is, dan is er waarschijnlijk sprake van een van de volgende oorzaken:

  • Het potje was niet voldoende schoon en er zaten nog sporen van suiker in het potje.                        
  • Saar  heeft gedurende langere tijd last van stress.
  • Er is sprake van nierfalen, waardoor de nieren de glucose niet in het lichaam kunnen houden.
  • Er is sprake van suikerziekte

Bloedonderzoek.

We gaan nu met een bloedonderzoek controleren wat de kwaliteit van de nieren is. In dat zelfde bloedonderzoek kijken we ook hoeveel glucose (suiker) er in het bloed aanwezig is.
Als er te veel glucose in het bloed aanwezig is, gaan we op hetzelfde bloed een aanvullend bloedonderzoek uitvoeren. We bepalen dan de fructosamine. Is de fructosamine te hoog, dan komt het hoge suiker niet van stress maar van suikerziekte; Diabetes Mellitus.

Wat gaat er mis?

Na een maaltijd of een snack komt er glucose in het bloed. Het lichaam wil die glucose uit het bloed naar de organen krijgen. Hiervoor heeft het insuline nodig. Insuline werkt als een soort van “kruiwagen” en zorgt zo dat de glucose uit het bloed naar de organen gaat. De organen hebben glucose nodig om te functioneren en het bloed is de glucose liever kwijt.

Als er niet voldoende insuline is blijft de glucose in het bloed hoog en krijgen de organen te weinig glucose. De organen kunnen dan niet voldoende functioneren en blijven om energie vragen. Waardoor het dier meer gaat eten maar er toch eiwitreserves zoals spieren worden afgebroken en het dier dus af valt. De suiker in het bloed zal de kleine bloedvaatjes in het lichaam aantasten wat allerlei klachten kan geven. Ook zal het lichaam het overschot aan
suiker uitplassen, wat in de blaas voor een perfecte voedingsbodem voor blaasontsteking zorgt.

Verschillende soorten suikerziekte.

Er zijn verschillende soorten suikerziekte:

  • Diabetes Type I: Het lichaam maakt geen of te weinig insuline meer aan.
  • Diabetes Type II: Het lichaam vraagt om veel insuline en daarom is er een tekort.Deze vorm wordt ook wel diabetes door inactiviteit en/of overgewicht genoemd.
  • Diabetes Type III: Is ontstaan door een andere ziekte of het geven van medicatie.                  
  • Diabetes Type IV: Ontstaat onder invloed van de (geslachts-) hormonen.

Deze categorieën zijn overigens net iets anders dan zoals ze bij mensen bekend zijn.

Verder onderzoek.

Voor de behandeling is het belangrijk dat we weten welk type diabetes uw huisdier heeft. Als we de diagnose Diabetes Mellitus (suikerziekte) bij uw huisdier hebben vastgesteld gaan we daarna onderzoeken welk type dit is.

Dit doen we door te kijken of er aanwijzingen zijn voor andere ziektes/ ontstekingen/ tumoren/ hormoon invloeden of alvleesklierproblemen. Meestal kan dat met het bloed wat we al hadden voor het stellen van de diagnose maar soms moeten we opnieuw bloedprikken, opnieuw urine onderzoek doen of een echo onderzoek uitvoeren.

Er zijn ook ziektes waarbij het van belang is dat we eerst de suikerziekte zo goed als mogelijk behandelen en daarna kunnen we pas uitzoeken of er een onderliggende ziekte is.
Als we zo goed als mogelijk weten welk type de diabetes veroorzaakt kunnen we starten met een behandeling.

De behandeling:

De behandeling gaat als volgt:

  •  Heeft uw dier medicatie die van invloed kan zijn? --> Dan gaan we deze vervangen door andere medicatie of stoppen met de medicatie.
  • Is uw dier vrouwelijk en niet gesteriliseerd? --> Dan gaan we haar steriliseren.
  • Is er sprake van uitdroging of een verzuring in het bloed (ketoacidose)? --> Dan gaan we dat met infuustherapie en eventueel medicatie herstellen.
  • Is er sprake van een vitamine B12 tekort? --> Dan gaan we starten met het geven van vitamine B12 injecties.
  • Is Saar te zwaar? --> Dan gaan we starten met een afvaltraject.
  • Is Saar niet zo actief? --> Dan gaan we de lichamelijke activiteit stimuleren (de beweging moet verbeteren over een langere termijn en elke dag ongeveer even veel zijn).
  • We gaan het dieet van Saar aanpassen naar een dieet dat een stabiele koolhydraatspiegel geeft en dat uw dier graag eet. Dat kan bijvoorbeeld: Trovet Weight&Diabetic, Royal Canin Diabetic, Hills’s W/D, R/D of M/D. Uw kat mag ad lib (de hele dag door) eten en uw hond 2x daags met 12 uur tussentijd. Uw hond mag helaas geen tussendoortjes meer.
  • We gaan u leren om uw hond zelf insuline onder de huid te prikken, hier onder leggen we dat meer uit.
  • Uw kat mag starten met een 1x daagse orale medicatie als er sprake lijkt van diabetes type II. Als later blijkt dat er toch geen sprake is van type II of de orale medicatie niet werkt gaan we u ook insuline leren prikken.

Insuline

  • Insuline moet 2x daags worden gegeven. (In uitzonderingsgevallen, kunnen we daar, voor honden, in een later stadium 1x daags van maken)
  • Insuline moet altijd op hetzelfde tijdstip worden gegeven met 12 uur tussen de giften. Dus bijvoorbeeld 6.00 en 18.00 of 8.00 en 20.00; maar niet alleen op werkdagen, ook in het weekend en in de vakantie.
  • Insuline moet gegeven worden direct na, of aan het einde van de maaltijd.
  • Mocht uw huisdier niet eten, dan geeft u slechts 1/3 van de dosis en indien nodig een middel tegen de misselijkheid. (bv. Cerenia®)
  • Uw huisdier mag dan ook maar 2x daags eten en daardoor geen snacks meer.
  • Het eten moet elke dag dezelfde samenstelling en portie grootte hebben.
    (Kunt u 1x daags insuline gaan geven? Dan moet de 2e portie 7 uur na de eerste worden gegeven.)
  • Insuline moet onder de huid worden geïnjecteerd, bij voorkeur op de wand van de borstkas.
  • Insuline moet koel bewaard worden; in de koelkast en bij voorkeur niet in de deur van de koelkast.
  • Komt u een nieuwe fles insuline halen op de praktijk? Breng deze dan zsm weer naar huis, zodat hij niet opwarmt in de tussentijd.
  • Insuline moet altijd goed gezwenkt worden voordat het wordt gegeven.
  • Insuline moet gegeven worden in 40-IU spuitjes, er zijn ook andere soorten in omloop, het is goed om altijd de spuitjes te controleren.
  • Insuline van het merk Caninsuline® kan ook met een injectiepen worden gegeven.
  • In het begin van de behandeling gaan we bij uw huisdier wekelijks de bloedsuiker controleren. Dit kan met een “vingerprik” in het pootje of in het oor (capillair bloed). Dit mag bij ons op de praktijk maar u mag het ook zelf thuis doen als u daar een geschikte glucosemeter voor aanschaft.
  • Het bloedsuiker gehalte moet bij honden 6-7 uur na de insuline gift worden gecontroleerd, bij katten 4 uur na de insuline gift.
  • Is de goede bloedwaarde (5-8 mmol) redelijk in de buurt? Dan controleren we de bloedsuiker in het veneuze bloed met de apparatuur op de praktijk. Dit omdat een glucosemeter bij de lagere waarden minder betrouwbaar wordt en capillair bloed minder betrouwbaar is dan veneus bloed.
  • Is de bloedsuiker gedurende 3 weken goed, dan mag de tijd tussen de controles langer worden. Hoe dan ook moet er toch regelmatig gecontroleerd worden, zeker als uw huisdier niet lekker is of meer gaat drinken, plassen, eten of het gewicht gaat veranderen.
  • Een fijn controle schema is: controle na 1 maand, dan controle na 3 maanden elke 3 maanden herhalen. Kunt u thuis de glucose bepalen, dan zou het de voorkeur hebben om vaker controles te doen.
  • Als de insuline niet snel een stabiele situatie bereikt dan gaan we bij uw huisdier een dagcurve maken. We nemen uw huisdier dan een dag op, om voor en na de insuline giften en gedurende de dag elk uur de bloedglucose te bepalen. Of we plakken een continue meet sensor in en op de huid van uw huisdier. Op die manier kunnen we kijken hoe de suiker op de insuline reageert. 

    Soms komen we tot de conclusie dat er een ander type insuline moet worden ingezet, dat we verder moeten zoeken naar een oorzaak of dat er sprake is van het Somogyji effect. (Het bloedsuiker wordt door de insuline juist te laag, zodat het lichaam zelf glucose vrij gaat maken om het bloedsuiker weer te laten stijgen).

Senvelgo

Voor katten met diabetes type II is er een mogelijkheid om met een drankje te gaan behandelen.

  • We moeten zo goed als mogelijk in kunnen schatten welk diabetes type er speelt.
  • Uw kat moet eten/drinken/geen diarree hebben/niet braken/actief zijn/geen afwijkingen aan de alvleesklier hebben/niet te mager zijn/niet uitgedroogd zijn/geen ketonen in het bloed of urine hebben.
  • Senvelgo moet 1x daags 1ml/kg lichaams gewicht gegeven worden, oraal.
  • Uw kat mag de hele dag voeding tot zijn beschikking hebben staan.
  • U moet thuis elke 2 dagen met speciale urine strips de ketonen in de urine van uw kat gaan testen gedurende 2 weken. Ook moet u gedurende deze 2 weken de hoeveelheid eten en drinken gaan bijhouden. Gaat uw kat meer eten, drinken of ontstaan er ketonen in de urine dan willen we Saar graag zo snel mogelijk op controle zien.
  • Op de 3e dag na de start van de behandeling willen we uw kat ook graag op controle zien.
  • Evenals de 7e ,14e ,30e dag, dan testen we ook de bloedglucose. In de 2e week moet de bloedglucose en de fructosamine laag zijn.
  • De ontlasting kan in de eerste 2 weken dunner worden, na 2 weken moet dat weer herstellen.
  • In het eerste jaar willen we uw kat en ook de bloedsuiker van Saar elke 3 maanden controleren. In het tweede jaar is elke 6 maanden voldoende als uw kat zich goed blijft voelen.
  • Als uw kat ziek is/ braakt/ minder fit is/ minder eet/ zich anders gedraagt, controleer dan altijd de ketonen in de urine. Dit kan thuis met de urine strips. Is uw kat ernstig ziek of blijken er ketonen in de urine te zitten, dan willen we uw kat graag op controle zien.
  • Krijgen we met Senvelgo de bloedsuiker niet onder controle? Dan gaan we over op insuline prikken.

Hypoglycemie.

Hypoglycemie is als er een periode van een te laag bloedsuiker optreedt. uw huisdier kan dan gaan trillen/ rillen/ flauw vallen/ sloom zijn/ comateus zijn/ onrustig zijn/ extreem honger hebben. Meestal gebeurd dit 3-7 uur na de insuline gift.

  • Als u de mogelijkheid heeft test dan de bloedsuiker in het bloed.
  • Geef zo snel mogelijk 1 gram per kilo lichaamsgewicht druivensuiker oraal.
  • Komt uw huisdier weer bij, geef dan elke 2 uur eten tot 12 uur na de aanval.

Mocht u vragen hebben dan mag u altijd contact met ons opnemen.

Als u zich zorgen maakt om uw huisdier dan kunt u ook buiten openingstijden kunt u ons nummer bellen. Als wij zelf geen spoeddienst hebben dan wordt u doorgeschakeld naar onze dienstcollega’s. Ook zij kunnen uw vragen beantwoorden.

Bekijk ook onze andere website:

hetnieuwesteriliseren.nl