Misschien dacht u bij het lezen van deze titel “grote honden” zijn die anders dan “kleine honden” dan? Inderdaad, het verbaast u misschien, maar op verschillende gebieden hebben grote honden andere problemen dan kleine honden. Zo ook op het hart.
Waar bij kleinere honden op oudere leeftijd de hartkleppen stugger en kleiner worden. De kleppen gaan lekken, daardoor een hartruis hoorbaar is en uiteindelijke het hart kan gaan falen.
Krijgen grotere honden op latere leeftijd eerder last van een verminderde kracht van de hartspier.
Dilatieve CardioMyopathie (DCM)
DCM, de soort hartfalen die vooral bij grotere honden voorkomt, ontstaat omdat de hartspier uitrekt, dunner en zwakker wordt en daardoor het bloed niet meer rond kan pompen.
Helaas is het hart meestal dusdanig lang nog nét sterk genoeg, dat het niet opvalt dat de hartspier aan het uitrekken is en opeens is het op. Het hart krijgt het niet meer voor elkaar en dat kan zorgen voor een plotseling overlijden.
Symptomen
Bij DCM is er, in een vroegtijdig stadium, vrijwel nooit een hartruis te horen. We hebben dus geen waarschuwend signaal, zoals we dat bij hartfalen van kleinere honden wel hebben.
Soms valt het op dat de hond:
- Een verminderde conditie heeft.
- Kortademig is of vaker hoest (kan lijken op kokhalzen).
- Gewicht verliest of minder eet.
- Snellere of onregelmatige hartslag.
- In het laatste stadium flauwvalt, bleke slijmvliezen, soms een dikkere buik of roze schuim uit de neus heeft. In dit stadium kunnen we meestal wel iets aan het hart horen.
- Of zonder symptomen vooraf plotseling overlijden.
Omdat de eerste drie symptomen, bij heel veel ziektes en ook “gewoon” bij een oudere hond kunnen passen, vallen ze niet altijd even duidelijk op.
Waar kan ik dan op letten?
Deze hartafwijking is erfelijk, dus als er familieleden zijn met DCM of plotseling overlijden is dat een reden om oplettend te zijn.
Bij honden van meer dan 20kg, vaak op latere leeftijd. ‘Latere leeftijd’ is overigens relatief want we noemen grote honden soms vanaf 5 jaar al “ouder”. Bovendien kan DCM zelfs al vanaf 3-4 jaar voorkomen.
Dobermann, Boxer, Duitse (Deense) Dog, Ierse Wolfshond, Deer Hound, Sint Bernard, Newfoundlander, Dalmatiër, Labrador, Duitse Herder en Engelse Cocker Spaniël zijn rassen waar DCM opvallend vaak voorkomt.
Er zijn onderzoeken gaande of de voeding ook een rol speelt,
maar daar is nog geen definitieve conclusie uit getrokken.
Diagnose
Honden die aan bovenstaande profiel voldoen en een of meerdere van de symptomen hebben kunnen we met een hartecho of een (24-uurs, holter) ECG (hartfilmpje) laten onderzoeken.
Soms aangevuld met een röntgenfoto of bloedonderzoek. Soms kunnen we de diagnose dan tijdig stellen.
Het advies vanuit enkele rasverenigingen van de risicorassen is jaarlijkse controle door een ervaren specialist cardiologie (bv. Bij de veterinaire specialisten in Vught).
Bij de Universiteit van Utrecht zijn er voor Dobbermanns zelfs speciale screeningspakketten.
Behandeling
We kunnen het hart niet maken, enkel ondersteunen met verschillende medicatie en daarmee wat reserve tijd creëren.
Als de hond zich verder ook rustig houdt, niet overmatig inspant en geen overgewicht heeft. De prognose is gemiddeld 4-5 maanden. Met uitschieters naar 1-2 jaar, als de diagnose in een vroeg stadium gesteld heeft kunnen worden.
Moet ik me zorgen maken
over mijn grote hond? Van alle honden boven de 20kg, tussen de 4-8 jaar heeft waarschijnlijk slechts 1 procent deze hartaandoening. Maar bij de risico rassen komt het vaker voor. Recente onderzoeken schatten bij de Dobermann zelfs 30-60 procent.